racinginside.com

  • racinginside.com
  • racinginside.com

Interview met Junior Strous

Hij behoort tot de absolute top van de Nederlandse autosport en wist in 2011 het Radical Benelux Sportscar Championship te winnen. Dan hebben we het natuurlijk over Junior Strous. De jonge Nederlander heeft in zijn loopbaan al de nodige bolides van binnen gezien en niet alleen in Europa successen geboekt, maar wat zijn de plannen voor het seizoen 2012 en de rest van zijn loopbaan? RacingInside.com sprak met de talentvolle Nederlander.

Strous op het podium tijdens Indy LightsHallo Junior, voor veel mensen zul jij een belangrijke en bekende naam zijn in de Nederlandse autosport. Echter, niet iedereen zal weten wie Junior Strous is. Zou je daarom een introductie willen geven over jezelf?

Hallo iedereen! Ik ben Junior Strous. Het seizoen 2012 wordt mijn tiende jaar in de autosport. Het zou natuurlijk erg gaaf zijn om bij mijn racejubileum door te breken naar de Formule 1 of Indycar.

Ik ben in 2002 begonnen in de Formule Ford bij Geva Racing. In de loop der jaren ben ik de autosportladder opgeklommen: van Formule Ford naar Formule BMW, Formule Renault, Champcar Atlantic en Indycar Lights.

Ik heb ook veel in toerwagens gereden. Naast coureur ben ik ook teambaas van mijn eigen raceteam: Winners Circle Group. In Amerika heb ik met dit team als rijder twee Indycar Lights races gewonnen en zes races het kampioenschap aangevoerd in de opstapklasse naar Formule 1 en Indycar.

In 2011 ben ik met Winners Circle Group, weer als rijder en teambaas, kampioen geworden in het Radical Benelux Sportscar Championship. Op dit moment ben ik één van de meest succesvolle Nederlandse coureurs ooit.

Hoe ben je betrokken geraakt in de autosport? Was er altijd al de droom om coureur te worden of is het toevallig aan komen waaien? Heeft jouw familie je altijd gesteund?
Mijn vader was vroeger coureur, in de tijd van Huub Vermeulen. Zij waren samen de eerste Formule Ford rijders in Nederland. Ze hadden Lotus Formule 3 auto’s terug gebouwd naar Formule Fords en gingen daar mee racen.

Mijn droom was vroeger altijd om astronaut of straaljagerpiloot te worden. Mijn vader wilde van mij maar twee dingen zien toen ik jong was: redelijke cijfers op school en ik moest ten minste één sport beoefenen. Maar ik was zo lui als iets en wilde alleen maar met mijn Nintendo spelen. Ik moest gedwongen op een sport, maar daar was ik dan na drie maanden al weer klaar mee. Ik heb ongeveer alle sporten gehad die er bij mij in de buurt waren: voetbal, hockey, zwemmen, reddingszwemmen, judo, karate, golf, hardlopen, schaatsen, ijshockey, paardrijden etc. Je hoeft het maar te noemen en ik heb het gedaan, althans voor een korte tijd. Dat alles tot grote frustratie van mijn vader.

Op een dag reden we op vakantie in Tenerife langs de kartbaan en vroeg ik aan mijn pa of ik mocht rijden. Vanaf de eerste rondes was ik verkocht en wist ik het: hier wil ik goed in worden, dit is mijn sport!

De kartsport staat bekend als bakermat voor de autosport. Ben jij net als vele anderen ook in de kartsport begonnen? Denk je dat karting een essentiële stap in de carrière van een coureur is?
Het is goed als je eens gekart hebt, maar niet essentieel. Iedereen in de kartsport zal dit tegenspreken, maar dat is ook een beetje marktbescherming.

Je leert met karten snel en redelijk goedkoop omgaan met inhalen, stress, wedstrijdervaring en de basics van snel een rondje rijden. Maar daar blijft het bij. Een succesvolle karter is nog niet per definitie een goede autocoureur.

Ik heb een jaar bij Koene gekart in de 100cc. Martijn Koene had geadviseerd om minimaal tot mijn zeventiende of achttiende jaar in de kartsport actief te blijven, maar mijn vader en Huub Vermeulen hebben mij op mijn dertiende in een auto gezet en mij de wintercursus laten doen bij de Rensport School Zandvoort (RSZ).

Ik was als het ware de proefpersoon, want nog nooit hadden ze iemand zo jong toegelaten op de cursus. Maar het ging erg goed. Huub Vermeulen zag wel toekomst in mij en hij had nog een oude Mondiale Formule Ford staan en die kreeg ik van hem ter beschikking om in te trainen.

In de autosport heb je tot op heden een grote diversiteit aan bolides mogen rijden, variërend van BMW Compact Cup tot aan Indy Lights. Wat kun je zeggen over deze verschillende bolides? Welke bolide bevalt jou het beste?
Hoe harder het gaat, hoe gaver ik het vind. Met 370 kilometer per uur op de Indianapolis Motor Speedway in een Indycar is dan ook wel het hoogtepunt voor mij. Ik heb denk ik geluk gehad in mijn carrière, mede doordat ik altijd in alles reed wat los en vast zat. Tot grote ergernis van teambazen als Frits van Amersfoort en Gert Valkenburg. Het zou slecht zijn voor mijn rijstijl, afleidend en nog wat andere soortgelijke zaken. Maar mijn vader, Huub Vermeulen en ik dachten daar anders over. Als ik er op terugkijk, hebben we de goede beslissing gemaakt. Je moet snel leren omschakelen van rijstijl en auto, maar ook om problemen van auto's heen leren rijden, leren driften, rijden in de regen, sleutelen en betere wagenbeheersing ontwikkelen. Door in BMW's, Seats, Volvo's dag in dag uit te rammen, heb ik snel een voorsprong opgebouwd ten opzichte van de concurrentie. Ik merk nu nog dat ik doorbouw op de ervaring die ik dagelijks in auto's opdoe.

Strous in actie in Indy LightsIn 2011 werd je oppermachtig kampioen in de Radical Benelux Cup. Hoe zou je het afgelopen seizoen omschrijven?
2011 was eigenlijk een slecht seizoen voor mij. Ik ging eigenlijk uit van een stoeltje in de Indycar Series of in het ergste geval Indycar Lights met mijn eigen team of bij een team. Maar dit lukte allemaal net niet. Porsche Supercup en/of Carrera Cup ging ook niet door.

Tot aan de woensdag voor de Paasraces had ik nog geen contract met een team of voor een kampioenschap. Ik heb die woensdagavond mijn sponsoren gebeld of ze het Radical Benelux Sportscar Championship zagen zitten. Mijn Europese sponsoren vonden dat allemaal prima en lekker dicht bij huis. Ik heb diezelfde avond Henk Thuis, de organisator van het kampioenschap, gebeld of hij nog een auto had staan. Die donderdag kwam er een gloednieuwe Radical Sportscar SR3 RS uit Engeland aan en vrijdag stond ik meteen op de eerste plaats bij de vrije training. Radical Engeland vond het gaaf dat ik in hun serie wilde rijden, dus ik kreeg fabriekssteun. Dit hielp natuurlijk, want in twee dagen kun je niet je eigen team opzetten. Ik kreeg daarna van alle kanten hulp. Klaas van Vuren van Beek Auto Racing gaf mijn Winners Circle Group Team onderdak en hielp met de Research & Development van de auto. Ik heb nog nooit zoveel gesleuteld in mijn leven, want ik deed al het onderhoud van de auto zelf met wat vrienden. Op de racedagen kreeg ik ondersteuning van het Radical fabrieksteam of Rhesus Racing.

Wat zijn jouw plannen voor 2012 en hoe zie jij jouw verdere loopbaan binnen de autosport?
In 2012 zijn er mogelijkheden voor mij als testcoureur in de Formule 1 en als fulltime coureur in de Indycar Series. Ik heb een groep sponsoren om mij heen die daar hard aan werken, en ook om binnen hun netwerk de benodigde sponsorship veilig te stellen.

Het is op het moment het zogenaamde ‘silly season’ en ik reis veel tussen Indianapolis en Engeland. Ik ben natuurlijk afhankelijk van wat mijn sponsoren mogelijk kunnen maken. Aan het rijden ligt het in ieder geval niet. Ik heb in elke klasse waar ik ooit in heb gereden races of het kampioenschap gewonnen. Ik wacht dus maar af. Indycar en/of Formule 1 lijken mij onvermijdelijk voor 2012.

Iedere coureur heeft goede races gedurende zijn carrière, en uiteraard ook minder goede races. Wat is jouw beste race tot nu toe?
Ik hoop dat mijn beste race nog moet komen. Maar in 2009 in St. Petersburg, Florida, heb ik in Indycar Lights een toprace gereden. Ik had pole position getraind in mijn groep, maar stond toch tweede op de grid van het stratencircuit. In die race lag ik nog even vijfde, maar ik heb mij teruggevochten naar de eerste positie. Dat was mijn grootste overwinning ooit. Ik had niet de snelste auto, maar bleef rustig en was bezig het materiaal en de banden te sparen.

Ongelofelijk, om met je eigen team in een 'feeder series' (Indycar Lights of GP2) een race te winnen tegen grote teams als: Andretti en Sam Schmidt. Ik denk dat het zomaar één van de grotere prestaties van de Nederlandse autosportgeschiedenis is.

Als je voor één dag zou mogen ruilen met een andere coureur, met welke coureur zou je dan ruilen?
Ik hoef met niemand te ruilen, want ik ga uit van mijn eigen kwaliteiten.

Radical SportscarVeel mensen denken dat het leven van een coureur een ware droom is, maar zij zien niet dat er nog een heleboel speelt naast het racen. Als je een blik werpt op de ‘binnenkant van de autosport’, wat is dan het moeilijkste aan het coureur zijn?
Iedereen kan iedereen coureur worden. Maar een goede coureur moet alles beheersen. Je moet naast hard kunnen rijden, ook net zo technisch zijn als je engineers, goede wagenbeheersing hebben, stressbestendig zijn, goed met mensen om kunnen gaan en ook fit zijn. En dat zijn maar een paar dingen die ik zo kan noemen, want er komt nog veel meer bij kijken.

Het overgrote deel van de coureurs kan wel hard rijden, maar ze weten niet hoe ze de dempers moeten afstellen, een versnellingsbak moeten wisselen of hoe ze met andere technische dingen om moeten gaan. Als je niet op niveau met je engineers kan communiceren, hoe moeten ze de auto dan sneller maken?

Als ik rijd, weet ik welke problemen er zijn met de auto. Ik analyseer om welke problemen ik ‘heen’ kan rijden door middel van een aanpassing in rijstijl en bepaal welke 'problemen' ik bespreek met mijn engineers. Ik kan het beste voelen waar het probleem ligt: aan de banden, de vering, de aerodynamica of wellicht andere afstellingmogelijkheden. Ik kan meteen aangeven wat er anders moet en in welke mate. Bij de coureur die dat niet kan aangeven, moeten de engineers eerst de computer induiken en de soms vage beschrijving van de coureur proberen te ontcijferen. Tegen die tijd sta ik al op pole position en heb ik een goede tijd neergezet.

Wat zou je willen zeggen tegen iedereen die droomt van een carrière in de autosport?
Geef nooit op, en het helpt als je een rijke vriendin of schoonvader zoekt!

Tegen clubracers wil ik graag zeggen dat zij op moeten passen, want sneller betekent niet automatisch dat het daadwerkelijk ook leuker is! Ik zie het dagelijks op het circuit: iemand begint in een Volvo 360 en vind het heel leuk, dan gaat diegene door naar een BMW, dan een Porsche, dan een nog snellere Porsche en ga zo maar door.

Het gaat wel sneller, maar het wordt steeds minder leuk. Op het laatst kost een motor opnieuw opbouwen 50.000 euro voor de Porsche en vroeger was het maar 500 euro met de Volvo. Als je eens schade rijdt, dan kost het je meteen 10.000 euro en eerst maar 1.000 euro met een andere auto.

Het gaat dan meestal één seizoen goed in de peperdure Porsche, en dan zie je ze niet meer terug. Later hoor je ze dan zeggen dat ze autosport toch niet zo leuk vonden.

Ik heb één van mijn leukste races gereden in de Dacia Logan Cup van Huub Vermeulen. Het was een race van acht uur, samen met een groep sponsoren. Het is de langzaamste auto waar ik ooit in heb gereden, maar het was wel erg leuk.