racinginside.com

  • racinginside.com
  • racinginside.com

Interview met Jeroen Mul

Autosport is voor velen een jongensdroom, maar voor anderen werkelijkheid. Waar anderen al vanaf de eerste momenten in de karts zeker weten dat autosport hun passie is, daar is dat voor anderen wat minder vanzelfsprekend. Jeroen Mul zag de kart- en autosport in eerste instantie als een leuke hobby, maar naarmate de jaren zijn gevorderd is de autosport voor hem een 'way of life' geworden. RacingInside.com sprak met de getalenteerde coureur over zijn carrière tot nu toe en de toekomstplannen.

Jeroen Mul

Hallo Jeroen, voor de mensen die autosport de afgelopen seizoenen op de voet hebben gevolgd ben je uiteraard een bekende naam. Echter, niet iedereen zal weten wie Jeroen Mul is. Zou je daarom een introductie willen geven over jezelf?
Ik ben Jeroen Mul. Ik ben 21 jaar en woon in Badhoevedorp. Afgelopen jaar was ik actief in de ATS Formel 3 Cup bij Van Amersfoort Racing.

Ik heb op het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam in 2008 mijn vwo-diploma behaald en ben daarna begonnen aan de hbo-opleiding van IVA Driebergen (Instituut voor Autobranche en Management). Inmiddels zit ik in mijn vierde jaar van die studie, en ben ik bezig met mijn zes maanden durende stage. Deze stage doe ik bij AHC, een assurantiemakelaar in Amsterdam.

Hoe ben je betrokken geraakt in de autosport? Was er altijd al de droom om coureur te worden of is het toevallig aan komen waaien? Heeft jouw familie je altijd gesteund?
Ik ben ooit heel hobbymatig begonnen met karten. Met hobbymatig bedoel ik; gemiddeld één à twee keer per maand een woensdagmiddag of zondagochtend met een eigen Honda Cadet kartje rondjes rijden op Kartbaan Uitgeest.

Op een van die zondagen ben ik in aanraking gekomen met de jongens van Dobla Racing. Zij nodigden mij uit om mee te gaan naar wedstrijden. Na een jaar bij hen gereden te hebben, ben ik overgestapt naar het TKP Energy Corse fabrieksteam. Hier werd het karten al iets serieuzer, maar echt veel ambitie had ik nog niet.

Na twee zomerseizoenen en één winterseizoen in de Rotax Max (Olympische Klasse), waarin ik tweede en derde in het kampioenschap ben geworden, kwam ik erachter dat je op vijftienjarige leeftijd je racelicentie mocht gaan halen. Dit stond dan ook bovenaan mijn verlanglijstje voor mijn vijftiende verjaardag en in januari 2006 was het dan zover. In een gehuurde Ford Sierra startte ik mijn driedaagse coureuropleiding bij Rensportschool Zandvoort. Na nog geen halve dag wist ik al dat dit het leukste was om te doen! Zo hard mogelijk en zo dwars mogelijk racen.

Heaven is a place on earth! Toen ik na de cursus bij de uitslag van het examen ook nog eens te horen kreeg dat van de vijfenvijftig cursisten ik de hoogste score had, was het feest compleet. Dit wilde ik doen! Mijn ouders hebben absoluut geen achtergrond in de autosport, op wat voor manier dan ook. Toen mijn vader de volgende dag gebeld werd door een Formule Ford team die hadden gehoord wat ik gedaan had op dat examen en mij een test aanboden, wisten zij hier eigenlijk geen raad mee. Deze test is uiteindelijk ook niet doorgegaan.

Ik ben toen samen met mijn vader, mijn teambaas uit het karten en mijn monteur gaan racen in de DNRT VW Golf Endurance Cup. Dit is een klasse waarin je voor relatief weinig geld heel veel racekilometers kan rijden. Na één jaar dit gedaan te hebben kwam voor mij de mogelijkheid om te testen, in een Formule Gloria. Na ook maar een paar ronde gereden te hebben was ik al volledig gevallen voor het open wheel racen. Ik kon niet wachten tot ik weer een echt sprintrace kon rijden, waarin je vijfentwintig minuten alles moet geven.

Dat volgende jaar ben ik gaan racen in die Formule Gloria en ik ben tweede in het kampioenschap geworden. Het jaar daarop ben ik gaan rijden in de Formule Ford; het eerste jaar bij Stuart Racing, het jaar daarop bij Van Amersfoort Racing. Vanaf het moment dat ik bij Van Amersfoort Racing terecht ben gekomen, is het echte serieuze rijden begonnen, waarbij ik ook echt het idee kreeg dat het misschien toch wel zou kunnen lukken om ver te komen in de autosport.

Inmiddels rijd ik Formule 3, een klasse waarvan ik vijf jaar geleden nooit had verwacht om er ooit in terecht te komen, en kijk ik alweer verder naar een volgende stap.

De kartsport staat bekend als bakermat voor de autosport. Jij bent net als veel andere coureurs ook in de karts begonnen. Denk je dat karting een essentiële stap in de carrière van een coureur is?
Ik denk niet dat het essentieel is, maar ik denk wel dat het een coureur heel erg kan vormen. Er is geen vorm van racen die closer is dan karten. Er is geen invloed van aerodynamica; karts zijn klein en wendbaar. Daarnaast vraag het behoorlijk wat van je conditie en is het heel goed voor je reactievermogen. Je leert van karten ook heel erg goed racen. Racen met formuleauto’s is alleen wel even wennen voor karters. De grootte van de auto, de manier waarop een auto reageert etc. is namelijk heel anders. Bij karten is er regelmatig contact tussen de karts, terwijl dat met een formuleauto niet kan omdat dit meestal direct schade oplevert aan de auto’s.

Mul in Formule Renault 2.0

Na de karts ben je overgestapt naar de formulewagens. Je hebt gereden in Formule Ford, Formule Renault en Formule 3. Hoe zou je deze auto’s omschrijven en welke auto ligt jou het beste?
De eerste keer dat ik in een Formule Ford stapte wist ik mij er absoluut geen raad mee. Ik kon mezelf niet bewegen, de auto gleed aan alle kanten, het schakelen was lastig en zo zijn er nog wel wat dingen. Maar na een ochtend gereden te hebben, begon ik het door te krijgen en werd het erg leuk. De Formule Ford is een listig autootje dat continu beweegt en dat is wel iets waardoor je een waanzinnig goede wagenbeheersing krijgt.

De eerste keer in een Formule Renault, en met name de 2010 Formule Renault 2.0, ervoer ik echt als het gevoel wat je ook zou kunnen krijgen in de Formule 1. Zo hoorde een Formule auto te voelen in mijn ogen. De auto had grip alsof hij op rails reed, het schakelen met de schakelflippers, waanzinnig laat kunnen remmen en nog wat andere zaken maakte het erg plezierig. Dit was voor mij dé auto en ik voelde meteen dat ik het hierin wel eens goed zou kunnen gaan doen.

Van de auto uit de Formule 3 wist ik niet precies wat ik moest verwachten. In eerste instantie hoorde ik allemaal grote getallen en verhalen; het zou fysiek waanzinnig zwaar zijn, je hoofd zou eraf vallen, je zou niet genoeg kracht in je benen hebben om de remmen überhaupt te laten blokkeren. Maar na mijn seizoen Formule Renault voelde ik dat ik er klaar voor was. Na mijn eerste rondjes op het Spaanse circuit van Guadix was ik nog niet heel erg onder de indruk. Toen wij vervolgens in de data keken, bleek dat ik nog veel te langzaam ging en nog lang niet alle grip en downforce benutte. Naarmate de dag vorderde, ging dat steeds beter en leerde ik de ware kracht van de Formule 3 kennen. Na de eerste dag kon ik in de lange rechterdoordraaiers mijn hoofd al niet meer rechtop houden en remde ik nog een stuk onder de limiet. De Formule 3 had toch wel indruk gemaakt. Maar ik leerde pas echt wat een Formule 3 kan, toen ik ermee voor het eerst op het Formule 1 testcircuit van Valencia reed. Na een volledige dag testen, was ik eigenlijk nog steeds niet volledig gewend aan de snelheid waarmee je door de eerste haakse linkerbocht gaat. De manier waarop die auto zich op het wegdek duwt en niet meer loslaat is onvoorstelbaar. De consequentie is echter wel dat de limiet van deze grip een flinterdun lijntje is, waardoor je meteen genadeloos wordt afgestraft op het moment dat je er net overheen gaat. Is het niet in een grote stofwolk in het grind, dan is het wel een twee of drie tienden van een seconde in tijdverlies. Dit is meteen het moeilijke van de Formule 3, en hetgeen waarom ik al van een aantal coureurs heb gehoord dat zij van alle klassen die richting de Formule 1 gaan, de Formule 3 auto qua rijgevoel (op het vermogen na) het meeste op Formule 1 vinden lijken.

De afgelopen seizoenen ben je steeds een stap hoger gegaan op de autosportladder, is dit ook voor 2012 de ambitie?
We zijn nog druk bezig met de plannen voor volgend jaar, dus heel veel duidelijkheid heb ik daar nog niet over. Wat een feit is, is dat ik de afgelopen drie jaar bij Van Amersfoort Racing nog geen seizoen dubbel heb gedaan en aangezien mijn algemeen eindresultaat van afgelopen seizoen in mijn ogen absoluut niet representatief is voor mijn kunnen, zou het geen gek idee zijn om nog een jaar in het Duitse Formule 3 kampioenschap te blijven en vol voor het resultaat te gaan. Dit moet alleen nog wel mogelijk gemaakt worden.

Hoe zie jij jouw toekomst in de autosport voor je?
Ik heb altijd gezegd: mijn doel is professioneel autocoureur worden, mijn droom is dit te doen in Formule 1. Ik ben reëel genoeg om te zeggen dat ik de kans dat ik daadwerkelijk Formule 1 haal klein acht. Ik zie alleen nog absoluut geen redenen waarom ik niet professioneel actief zou kunnen zijn als autocoureur.

Iedere coureur heeft goede races gedurende zijn carrière, en uiteraard ook minder goede races. Wat is jouw beste race tot nu toe?
Mijn beste race tot nu toe was mijn Formule Renault 2.0 race in Most, en dan in het bijzonder de tweede race. Dit was een race van het Northern European Championship, waaraan redelijk wat teams uit de Eurocup meededen, waaronder ook Koiranen Bros. met de op dat moment al dominante Kevin Korjus. Ik kwam dat weekend een dag later dan de rest aan op het circuit, vanwege een tentamen dat ik moest maken. Hierdoor had ik de testdag op woensdag gemist en moest ik het voor mij volledig onbekende circuit leren en onder de knie krijgen in enkel de officiële vrije trainingen. Tijdens de kwalificatie miste ik de pole position op één duizendste van een seconde op Korjus voor de eerste race, maar ik had wel de pole position voor de tweede race. Tijdens de eerste race ben ik in het gedrang van de eerste bocht na de start gespind en moest ik vanaf achteraan weer naar voren rijden.

De tweede race heb ik vanaf pole position kunnen starten en van het begin tot de laatste ronde het licht uit mijn ogen gereden om Korjus achter mij te houden. Bij het opkomen van het rechte stuk voor het ingaan van de laatste ronde maakte ik een heel klein foutje, waardoor Korjus net genoeg kon profiteren van de slipstream om mij in de chicane aan het einde van het rechte stuk voorbij te gaan. Hierdoor moest ik helaas genoegen nemen met een tweede plaats, maar desalniettemin was het mijn beste race tot nu toe. Helemaal toen Kevin Korjus na de race naar mij toe kwam en mij vertelde dat hij ook echt alles had moeten geven om mij bij te kunnen houden. Dit was voor mij als ‘rookie’ een groot compliment van een jongen die al in zijn derde jaar in de Formule Renault 2.0 zat en heer en meester was in de Eurocup.

Als je voor één dag zou mogen ruilen met een andere coureur, met welke coureur zou je dan ruilen?
Simpel, Lewis Hamilton! Zijn manier van rijden en zijn prestaties, zijn hele imago, alleen al het feit dat hij als Formule 1 coureur een dusdanige internationale stijl en celebrity status heeft weten te bereiken dat hij zelfs een MTV Award mag uitreiken vind ik heel bijzonder. Zijn eigenwijze en rebelse stijl... Ja, het is mijn held.

Mul in Formule 3Veel mensen denken dat het leven van een coureur een ware droom is, maar zij zien niet dat er nog een heleboel speelt naast het racen. Als je een blik werpt op de ‘binnenkant van de autosport’, wat is dan het moeilijkste aan het coureur zijn?
Zoals bij alle andere sporten is het verwerken van zware tegenslagen, die je als je een topsport beoefent gegarandeerd tegen gaat komen, erg moeilijk.

Wat specifiek voor autosport lastig is, is dat je om het beste eruit te kunnen halen je heel veel moet doen en moet trainen zonder dat je daadwerkelijk in die auto zit. Als je aan hockey doet, dan ga je drie, vier of vijf keer per week het veld op om te trainen. Als je tennist, sta je honderden ballen, die een ballenschieter naar je toe schiet, terug te slaan. Met autoracen gaat dat niet. Je kunt niet zomaar elke maandag, woensdag en vrijdag van 16:00 uur tot 18.00 uur, zomaar even twee uurtjes rondjes gaan rijden. Dit door de vele geluids- en milieunormen waar een circuit zich aan dient te houden, maar ook omdat dat simpelweg veel te veel geld kost. Je moet daarom zorgen dat je fysiek fit blijft, door te trainen in een sportschool. Je moet voor, tijdens en na raceweekenden alles tot in den treuren bestuderen en analyseren en van tevoren alles al helemaal bedacht hebben, zodat je zodra je dan daadwerkelijk op de baan rijdt, je alles wat je geleerd hebt direct in praktijk kan brengen. Dit vergt veel toewijding en motivatie. Maar aan het eind van de rit, als je weer in die auto met waanzinnige snelheden over de prachtigste circuits gereden hebt, besef je weer dat het eigenlijk toch wel echt een droom is hoor! En daar ben ik heel blij mee!

Wat zou je willen zeggen tegen iedereen die droomt van een carrière in de autosport?
Ik zou iedereen willen adviseren om, als je droomt van een carrière in de autosport, te gaan sparen voor een racelicentie. Dat kun je bijvoorbeeld doen via een coureuropleiding van de Rensportschool Zandvoort. Je huurt een autootje en gaat vervolgens gewoon je rondjes rijden en zorgt dat je die felbegeerde racelicentie haalt.

Maar, knoop wel in je oren; bezint eer gij begint! Want als je eenmaal besmet bent met het autosportvirus, dan genees je er nooit meer van!

Copyright foto's: Guus Madern